Werkwijze

Vioolspelen kun je op iedere leeftijd leren. De leeftijd van mijn leerlingen varieert van 5 tot 75 jaar. Iedere leeftijd vraagt een eigen aanpak. Daar besteed ik veel aandacht aan.  


Jonge kinderen:

Vanaf 5 jaar kunnen kinderen bij mij beginnen.

Om goed viool te leren spelen zijn een goede speelhouding en basistechniek erg belangrijk. Daar besteed ik dan ook op een speelse manier veel aandacht aan. Wat ik waardevol vind, is dat de technische ontwikkeling meteen gekoppeld wordt aan het muziek maken en dus aan speelplezier.

Beginners leg ik altijd uit dat een instrument leren bespelen iets anders vraagt dan bijvoorbeeld sport. Als je op een sport zit, heb je er thuis geen omkijken meer naar, maar met het leren bespelen van een instrument ligt dat anders. Om vooruit te gaan moet er geoefend worden. De kinderen krijgen het eerste jaar de gelegenheid om te ontdekken of ze daar zoveel plezier aan beleven dat ze door willen gaan. De bedding die de ouders voor het oefenen weten te creëren is heel belangrijk.

Bij de jongste kinderen (tot 8 jaar) leg ik de basis aan de hand van de lesmethode ‘Miniviool’ van oud-medestudente Lenneke Willems; een prachtige, goed doordachte en kindvriendelijke methode. Deze methode leert ook op een leuke manier met het notenschrift om te gaan. Bij oudere kinderen en volwassen beginners werk ik met wisselende methodes (zoals ‘Speel Viool’ , ‘Die Fröhliche Violine’, of Sandor), afgestemd op de leerling.

Samenspelen is een belangrijk element in de lessen, zowel met andere leerlingen als met mij als docent. Twee keer per jaar verzorg ik een openbaar optreden, waarvan er één gekoppeld is aan een gezamenlijk etentje. De leerlingen oefenen hun voor te spelen stuk met pianist. Regelmatig geef ik een gezamenlijke les. In deze lessen behandel ik weer basis techniek uitlopend op improvisatie en muzikale spelletjes.

Ik stimuleer al mijn leerlingen om naast de gewone lessen deel te nemen aan (kamermuziek)ensembles en orkesten.

Ouders zijn in principe niet in de les aanwezig. Wel zijn er af en toe open lessen, waarin ouders informatie en instructie krijgen.


Pubers:

Vanaf groep 8 en daarna op de middelbare school komt er een steeds groter accent te liggen op het zelfstandig leren studeren en gevarieerd repertoire. Naast klassiek en barok komt ook jazz en volksmuziek aan bod.
  • Alle leerlingen die in orkesten zitten oefenen hun orkestpartijen ook op de les. 
  • De leerlingen kunnen kennis maken met altviool en daarin les krijgen. 
  • De leerlingen worden op de hoogte gehouden van muziekweken / weekenden in de vakanties. Dit om het samenspelen zoveel mogelijk te bevorderen. 


Studenten:

Voor studenten zijn er knipkaarten met gereduceerde tarieven.


Op aanvraag: orkestpartijstudie en auditietraining.